Wat een koper ziet in due diligence
Tijdens due diligence kijkt een koper niet alleen naar de cijfers. Hij kijkt naar contracten: zijn klantafspraken op naam van het bedrijf of op naam van de ondernemer? Hij kijkt naar processen: zijn werkwijzen gedocumenteerd of afhankelijk van individuele medewerkers? Hij kijkt naar leveranciersrelaties: wie onderhoudt die, en wat verdwijnt er als de huidige eigenaar vertrekt? Elke afhankelijkheid die hij vindt, is een risico. Elk risico vertaalt zich in een lagere prijs of zwaardere overnameconstructie. Overdraagbaarheid is niet de kers op de taart. Het is de basis.
Processen documenteren is wél belangrijk
Ondernemers die alles in hun hoofd dragen, denken vaak dat documenteren tijd kost die ze niet hebben. Maar een bedrijf zonder gedocumenteerde processen is kwetsbaar: voor ziekte, voor uitval van sleutelmedewerkers en voor een overdracht. Wanneer je begint te documenteren wat er in de operatie werkelijk gebeurt, hoe klanten worden geonboarded, hoe offertes worden gemaakt, hoe kwaliteit wordt geborgd, dan zie je ook waar de organisatie echt kwetsbaar is. Dat is geen vervelende exercitie. Dat is de meest concrete manier om je bedrijf sterker te maken, vandaag, niet alleen als je wil overdragen.
Overdraagbaarheid is de test voor organisatiekwaliteit
Een bedrijf dat overdraagbaar is, functioneert beter dan een bedrijf dat dat niet is. Verantwoordelijkheden zijn helder, processen zijn reproduceerbaar, de managementlaag kan zelfstandig beslissen en klantrelaties zijn verankerd in de organisatie in plaats van in één persoon. Dat is niet alleen relevant voor een potentiële koper. Dat is de definitie van een goed gerund bedrijf. De overdraagbaarheidsvraag is in essentie een kwaliteitsvraag: hoe goed heb ik dit bedrijf gebouwd? Het antwoord op die vraag bepaalt niet alleen de verkoopbaarheid, maar ook de dagelijkse kwaliteit van de bedrijfsvoering.